morren
werkwoord /mɔrə(n)/Betekenis
- ontevreden geluiden maken
Hoe spreek je morren uit?
/mɔrən/
Morren bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van morren
morrenhele werkwoord — mordeverleden tijd enkelvoud — mordenverleden tijd meervoud — gemordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | mor | morde |
| jij | mort | morde |
| hij, zij, het | mort | morde |
| wij | morren | morden |
| jullie | morren | morden |
| zij | morren | morden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemord | verleden tijd, deelwoord |
| gemord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mor | gebiedende wijs |
| morde | verleden tijd |
| morre | aanvoegende wijs |
| morrend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te morren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen morren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal morren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal morren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal morren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou morren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou morren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou morren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden morren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden morren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden morren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt morren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen morren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen morren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen morren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen morren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult morren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘brommen, zich beklagen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1300
Woordfamilie van morren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemord | voltooid deelwoord | morren |
| mor | gebiedende wijs | morren |
| morde | verleden tijd | morren |
| morden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | morren |
| morre | aanvoegende wijs | morren |
| morrend | onvoltooid deelwoord | morren |
| morrende | woordvorm | morren |
| mort | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | morren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van morren zijn vastgelegd.