pochen
werkwoordBetekenis
- zichzelf groots voorstellen
Vervoeging van pochen
pochenhele werkwoord — pochteverleden tijd enkelvoud — pochtenverleden tijd meervoud — gepochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | poch | pochte |
| jij | pocht | pochte |
| hij, zij, het | pocht | pochte |
| wij | pochen | pochten |
| jullie | pochen | pochten |
| zij | pochen | pochten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepocht | verleden tijd, deelwoord |
| gepocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| poch | gebiedende wijs |
| poche | aanvoegende wijs |
| pochend | onvoltooid, deelwoord |
| pochte | verleden tijd |
| te hebben gepocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pochen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pochen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pochen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pochen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pochen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pochen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pochen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pochen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pochen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pochen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pochen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pochen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pochen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pochen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pochen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pochen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pochen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘snoeven’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van pochen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepocht | voltooid deelwoord | pochen |
| gepochte | woordvorm | pochen |
| poch | gebiedende wijs | pochen |
| poche | aanvoegende wijs | pochen |
| pochend | onvoltooid deelwoord | pochen |
| pochende | woordvorm | pochen |
| pocht | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pochen |
| pochte | verleden tijd | pochen |
| pochten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pochen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pochen zijn vastgelegd.