bluf
zelfstandig naamwoord, werkwoord /blʏf/Betekenis
- een poging iemand in de waan te brengen dat men iets achter de hand heeft
Hoe spreek je bluf uit?
/blʏf/
Bluf bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ʏ | put |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — masculine
- poging iemand in de waan te brengen dat men iets achter de hand heeft; uiting bedoeld om het te doen overkomen alsof men tot meer in staat is of sterker staat dan het geval is
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bluffen
- gebiedende wijs van bluffen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bluffen
Vervoeging van bluf
blufhele werkwoord