bieden
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbidə(n)Betekenis
- als koper een prijs voorstellen
- ter beschikking stellen, aanbieden, geven, leveren
- aankondigen een bepaald aantal slagen te zullen halen, m.n. bij bridge
- kaartspel waarbij de spelers eerst tegen elkaar opbieden en vervolgens spelen
Hoe spreek je bieden uit?
/ˈbidən/
Bieden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- weerstand bieden: iets weerstaan
Vervoeging van bieden
biedenhele werkwoord — boodverleden tijd enkelvoud — bodenverleden tijd meervoud — gebodenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bied | bood |
| jij | biedt | bood |
| hij, zij, het | biedt | bood |
| wij | bieden | boden |
| jullie | bieden | boden |
| zij | bieden | boden |
Alle 149 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bied | gebiedende wijs |
| biede | aanvoegende wijs |
| biedend | onvoltooid, deelwoord |
| bood | verleden tijd |
| er is geboden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geboden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geboden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geboden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geboden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geboden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geboden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geboden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geboden | verleden tijd, deelwoord |
| geboden gekregen hebben | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geboden gekregen te hebben | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geboden gekregen te zullen hebben | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geboden gekregen zullen hebben | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geboden krijgen | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geboden te krijgen | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geboden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geboden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geboden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geboden te zullen krijgen | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geboden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geboden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geboden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geboden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geboden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geboden zullen krijgen | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geboden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geboden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geboden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geboden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had geboden gekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geboden gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geboden gekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geboden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geboden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geboden gekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geboden gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geboden gekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt geboden gekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb geboden gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geboden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben geboden gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geboden gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geboden gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt geboden gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft geboden gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geboden gekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kreeg geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| kreeg geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| kreeg geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| kreegt geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| kregen geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| kregen geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| kregen geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| krijg geboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| krijgen geboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| krijgen geboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| krijgen geboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krijgt geboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| krijgt geboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| te bieden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geboden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren geboden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geboden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden geboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden geboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geboden gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geboden gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geboden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geboden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geboden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geboden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geboden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geboden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou bieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geboden gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geboden gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geboden gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geboden gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geboden gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geboden gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geboden gekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geboden krijgen | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geboden gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geboden gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geboden gekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geboden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geboden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geboden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘geven, aanbieden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van bieden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bied | gebiedende wijs | bieden |
| biede | aanvoegende wijs | bieden |
| biedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bieden |
| bood | verleden tijd | bieden |
| boodt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | bieden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bieden zijn vastgelegd.