bespieden
werkwoord bəˈspidə(n)Betekenis
- iemand onopgemerkt in de gaten houden
Hoe spreek je bespieden uit?
/bəˈspidən/
Bespieden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| p | pak |
| i | riet |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bespieden
bespiedenhele werkwoord — bespieddeverleden tijd enkelvoud — bespieddenverleden tijd meervoud — bespiedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bespied | bespiedde |
| jij | bespiedt | bespiedde |
| hij, zij, het | bespiedt | bespiedde |
| wij | bespieden | bespiedden |
| jullie | bespieden | bespiedden |
| zij | bespieden | bespiedden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bespied | gebiedende wijs |
| bespied | verleden tijd, deelwoord |
| bespied te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bespied te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bespied te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespied te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespied te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bespied worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bespied zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bespied zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespied zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespied zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bespiedde | verleden tijd |
| bespiede | aanvoegende wijs |
| bespiedend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bespied | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bespied | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bespied | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bespied | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bespied worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bespied zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bespied worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bespied zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bespied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bespied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bespied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bespied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bespied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bespied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bespied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bespied | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bespieden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bespied | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bespieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bespied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bespied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bespied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bespied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bespied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bespied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bespied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bespied | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bespied | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bespied | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bespied | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bespied | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bespied | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bespied | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bespied | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bespied | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bespied | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bespied | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bespied | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bespied | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bespied hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bespied hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bespied zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bespied zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bespied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bespied hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespied hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespied zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bespied zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bespied zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bespied hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bespied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bespied hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespied zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bespied zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bespied zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bespied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bespied zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bespied hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bespied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bespied hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bespied zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bespied zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bespied zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bespieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bespied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bespied worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bespied zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bespieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘beloeren’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van bespieden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bespied | voltooid deelwoord | bespieden |
| bespiedde | verleden tijd | bespieden |
| bespiedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bespieden |
| bespiede | aanvoegende wijs | bespieden |
| bespiedend | onvoltooid deelwoord | bespieden |
| bespiedende | woordvorm | bespieden |
| bespiedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bespieden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bespieden zijn vastgelegd.