Naar de inhoud

gebieden

een dwingende opdracht geven

gebieden is meer dan één woord

gebieden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ɣəˈbidə(n)

Betekenis

  1. een dwingende opdracht geven

Hoe spreek je gebieden uit?

/xəˈbidən/

Gebieden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /xəˈbidən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
ə de
b bak
i riet
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van gebieden

gebiedenhele werkwoord — geboodverleden tijd enkelvoud — gebodenverleden tijd meervoud — gebodenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gebied gebood
jij gebiedt gebood
hij, zij, het gebiedt gebood
wij gebieden geboden
jullie gebieden geboden
zij gebieden geboden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geboden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geboden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geboden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geboden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geboden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geboden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geboden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geboden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebied gebiedende wijs
gebiede aanvoegende wijs
gebiedend onvoltooid, deelwoord
geboden verleden tijd, deelwoord
geboden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geboden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebood verleden tijd
had geboden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geboden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geboden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geboden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geboden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geboden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geboden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geboden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geboden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geboden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geboden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geboden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geboden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gebieden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geboden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gebieden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gebieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gebieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gebieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geboden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geboden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geboden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou gebieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gebieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gebieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geboden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geboden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geboden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geboden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geboden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geboden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt gebieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geboden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen gebieden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gebieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geboden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geboden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geboden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult gebieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geboden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord gebied

Herkomst

In de betekenis van ‘(als heerser) bevelen’ voor het eerst aangetroffen in 901

Woordfamilie van gebieden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gebiede aanvoegende wijs gebieden
gebiedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gebieden
gebood verleden tijd gebieden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gebieden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over gebieden

Hoe spreek ik gebieden uit?
Zo spreek je gebieden uit: /ɣəˈbidə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van gebieden?
Gebieden is een werkwoord. De betekenis is: een dwingende opdracht geven.
Hoe vervoeg ik gebieden?
Zo vervoeg je gebieden zo: de tegenwoordige tijd is gebied, de verleden tijd is gebood en het voltooid deelwoord is geboden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op gebieden?

In dit woordenboek rijmen 42 woorden op -ieden op gebieden, zoals bespieden, bieden en ontbieden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op gebieden, uitspraak xəˈbidən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bespieden 3
bieden 2
ontbieden 3
geschieden 3
zieden 2
vlieden 2
hemorroïden 5
overbieden 4
lieden 2
gijlieden 3
onderbieden 4
spieden 2
aandachtsgebieden 5
aantallenpiramiden 7
chassieden 3
christenlieden 4
danaïden 4
douanelieden 5
ecociden 4
faalgebieden 4
homiciden 4
hondenlosgebieden 6
jongelieden 4
klepperlieden 4
klimaatgebieden 5
nereïden 4
noordpoolgebieden 5
oligopeptiden 6
oorlogsinvaliden 6
raadsgebieden 4
recreatiegebieden 7
stamgebieden 4
stikstofoxiden 5
trappenpiramiden 6
ulieden 3
verzieden 3
viden 2
voetgangersgebieden 6
waddengebieden 5
wandelgebieden 5
Nog 2 rijmwoorden
wetenschapslieden 5
woongebieden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gebieden is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. B 3
  4. I 1
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gebieden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. B 4
  4. I 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gebieden in het kort

gebieden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van gebieden staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort gebieden bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

gebieden: een dwingende opdracht geven
Deel gebieden — standaardnederlands.nl