ontbieden
werkwoord ɔndˈbidə(n)Betekenis
- om iemands aanwezigheid verzoeken
Hoe spreek je ontbieden uit?
/ɔndˈbidən/
Ontbieden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| b | bak |
| i | riet |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ontbieden
ontbiedenhele werkwoord
Vervoeging van ontbieden
ontbiedenhele werkwoord — ontboodverleden tijd enkelvoud — ontbodenverleden tijd meervoud — ontbodenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontbied | ontbood |
| jij | ontbiedt | ontbood |
| hij, zij, het | ontbiedt | ontbood |
| wij | ontbieden | ontboden |
| jullie | ontbieden | ontboden |
| zij | ontbieden | ontboden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ontboden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ontboden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ontboden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ontboden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ontboden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ontboden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ontboden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ontboden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ontboden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ontboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ontboden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ontboden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ontboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ontboden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ontboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontboden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontbied | gebiedende wijs |
| ontbiede | aanvoegende wijs |
| ontbiedend | onvoltooid, deelwoord |
| ontboden | verleden tijd, deelwoord |
| ontboden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontboden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontboden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontboden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontboden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontboden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontboden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontboden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontboden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontboden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontbood | verleden tijd |
| te hebben ontboden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontbieden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontbieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ontboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontboden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ontboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontboden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontboden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ontboden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ontboden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ontboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ontboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ontboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ontboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ontboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ontboden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ontboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ontboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ontboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ontboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ontboden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ontboden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontboden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontboden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontboden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontboden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ontboden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ontboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ontboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ontboden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontboden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ontbieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ontboden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontboden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontboden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontboden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontboden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontboden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ontbieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ontboden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontboden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontboden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordfamilie van ontbieden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontbied | gebiedende wijs | ontbieden |
| ontbiede | aanvoegende wijs | ontbieden |
| ontbiedend | onvoltooid deelwoord | ontbieden |
| ontbiedende | woordvorm | ontbieden |
| ontbiedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontbieden |
| ontboden | voltooid deelwoord | ontbieden |
| ontbood | verleden tijd | ontbieden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontbieden zijn vastgelegd.