vlieden
werkwoord /'vlidə(n)/Betekenis
Hoe spreek je vlieden uit?
/ˈvlidən/
Vlieden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| i | riet |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vlieden
vliedenhele werkwoord — vloodverleden tijd enkelvoud — vlodenverleden tijd meervoud — gevlodenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlied | vlood |
| jij | vliedt | vlood |
| hij, zij, het | vliedt | vlood |
| wij | vlieden | vloden |
| jullie | vlieden | vloden |
| zij | vlieden | vloden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevloden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevloden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevloden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevloden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevloden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevloden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevloden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevloden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevloden | verleden tijd, deelwoord |
| gevloden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevloden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevloden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevloden te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevloden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevloden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevloden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevloden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevloden zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevloden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te vlieden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gevloden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vlieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlied | gebiedende wijs |
| vliede | aanvoegende wijs |
| vliedend | onvoltooid, deelwoord |
| vlood | verleden tijd |
| waart gevloden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevloden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevloden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevloden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevloden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevloden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevloden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevloden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevloden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevloden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevloden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevloden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevloden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevloden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevloden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevloden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevloden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevloden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevloden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevloden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevloden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vlieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevloden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vlieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vluchten, voorbijgaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van vlieden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevloden | voltooid deelwoord | vlieden |
| vlied | gebiedende wijs | vlieden |
| vliede | aanvoegende wijs | vlieden |
| vliedend | onvoltooid deelwoord | vlieden |
| vliedende | woordvorm | vlieden |
| vliedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vlieden |
| vloden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vlieden |
| vlood | verleden tijd | vlieden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlieden zijn vastgelegd.