veilen
werkwoord /ˈvɛilə(n)/Betekenis
- verkopen op een openbare verkoping waar een prijs vastgesteld wordt
Hoe spreek je veilen uit?
/ˈvɛilən/
Veilen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛi | trein |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van veilen
veilenhele werkwoord — veildeverleden tijd enkelvoud — veildenverleden tijd meervoud — geveildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veil | veilde |
| jij | veilt | veilde |
| hij, zij, het | veilt | veilde |
| wij | veilen | veilden |
| jullie | veilen | veilden |
| zij | veilen | veilden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is geveild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geveild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geveild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geveild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geveild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geveild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geveild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geveild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geveild | verleden tijd, deelwoord |
| geveild te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geveild te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geveild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveild te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveild te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveild worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geveild zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geveild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geveild zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geveild zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geveild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geveild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geveild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geveild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geveild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geveild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geveild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geveild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geveild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te veilen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen veilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veil | gebiedende wijs |
| veilde | verleden tijd |
| veile | aanvoegende wijs |
| veilend | onvoltooid, deelwoord |
| waren geveild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geveild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geveild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden geveild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden geveild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geveild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geveild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geveild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geveild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geveild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geveild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal veilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal veilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal veilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geveild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou geveild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geveild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geveild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geveild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geveild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou veilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou veilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou veilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geveild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geveild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geveild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geveild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geveild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden veilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden veilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geveild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt veilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geveild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geveild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geveild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geveild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geveild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen veilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen veilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen veilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen veilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geveild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult veilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘openbaar verkopen’ voor het eerst aangetroffen in 1482
Woordfamilie van veilen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geveild | voltooid deelwoord | veilen |
| geveilde | woordvorm | veilen |
| veilde | verleden tijd | veilen |
| veilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | veilen |
| veilend | onvoltooid deelwoord | veilen |
| veilende | woordvorm | veilen |
| veilt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | veilen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veilen zijn vastgelegd.