berispen
werkwoord bəˈrɪspə(n)Betekenis
- op strenge wijze zeggen dat het gedrag wordt afgekeurd
Hoe spreek je berispen uit?
/bəˈrɪspən/
Berispen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| p | pak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van berispen
berispenhele werkwoord — berispteverleden tijd enkelvoud — berisptenverleden tijd meervoud — berisptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | berisp | berispte |
| jij | berispt | berispte |
| hij, zij, het | berispt | berispte |
| wij | berispen | berispten |
| jullie | berispen | berispten |
| zij | berispen | berispten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| berisp | gebiedende wijs |
| berispe | aanvoegende wijs |
| berispend | onvoltooid, deelwoord |
| berispt | verleden tijd, deelwoord |
| berispt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| berispt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| berispt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| berispt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| berispt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| berispt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| berispt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| berispt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| berispt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| berispt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| berispte | verleden tijd |
| er is berispt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was berispt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd berispt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt berispt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal berispt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal berispt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou berispt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou berispt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had berispt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had berispt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had berispt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden berispt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden berispt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden berispt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt berispt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben berispt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te berispen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben berispt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen berispen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart berispt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren berispt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren berispt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren berispt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was berispt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was berispt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was berispt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd berispt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd berispt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd berispt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden berispt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden berispt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden berispt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt berispt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word berispt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden berispt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden berispt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden berispt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt berispt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt berispt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal berispen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal berispen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal berispen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal berispt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal berispt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal berispt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal berispt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal berispt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt berispt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou berispen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou berispen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou berispen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou berispt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou berispt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou berispt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou berispt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou berispt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou berispt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden berispen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden berispen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden berispen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden berispt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden berispt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden berispt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden berispt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden berispt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden berispt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt berispen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt berispt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt berispt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen berispen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen berispen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen berispen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen berispen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen berispt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen berispt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen berispt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen berispt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen berispt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen berispt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult berispen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult berispt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult berispt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult berispt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘laken’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van berispen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| berisp | gebiedende wijs | berispen |
| berispe | aanvoegende wijs | berispen |
| berispend | onvoltooid deelwoord | berispen |
| berispende | woordvorm | berispen |
| berispt | voltooid deelwoord | berispen |
| berispte | verleden tijd | berispen |
| berispten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | berispen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van berispen zijn vastgelegd.