terechtwijzen
werkwoordBetekenis
- op bestraffende wijze corrigeren
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van terechtwijzen
terechtwijzenhele werkwoord — wees terechtverleden tijd enkelvoud — wezen terechtverleden tijd meervoud — terechtgewezenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wijs terecht | wees terecht |
| jij | wijst terecht | wees terecht |
| hij, zij, het | wijst terecht | wees terecht |
| wij | wijzen terecht | wezen terecht |
| jullie | wijzen terecht | wezen terecht |
| zij | wijzen terecht | wezen terecht |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is terechtgewezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was terechtgewezen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd terechtgewezen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt terechtgewezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal terechtgewezen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal terechtgewezen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou terechtgewezen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou terechtgewezen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben terechtgewezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben terechtgewezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terechtwijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terecht te wijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terecht te zullen wijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terecht zal wijzen | bijzin, toekomende tijd |
| terecht zou wijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| terecht zouden wijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| terecht zoudt wijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| terecht zullen wijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terecht zullen wijzen | bijzin, toekomende tijd |
| terecht zult wijzen | bijzin, toekomende tijd |
| terechtgewezen | verleden tijd, deelwoord |
| terechtgewezen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terechtgewezen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terechtgewezen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terechtgewezen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terechtgewezen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terechtgewezen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| terechtgewezen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| terechtgewezen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terechtgewezen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terechtgewezen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terechtwees | bijzin, verleden tijd |
| terechtwezen | bijzin, verleden tijd |
| terechtwijs | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terechtwijst | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terechtwijzend | onvoltooid, deelwoord |
| waart terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was terechtgewezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| wees terecht | verleden tijd |
| werd terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wijs terecht | gebiedende wijs |
| word terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt terechtgewezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal terechtgewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal terechtgewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal terechtgewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal terechtgewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal terechtgewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terechtwijzen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt terechtgewezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou terechtgewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou terechtgewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou terechtgewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou terechtgewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou terechtgewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou terechtgewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terechtwijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terechtwijzen terecht zou(dt) wijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden terechtgewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden terechtgewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden terechtgewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terechtgewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden terechtgewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden terechtgewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terechtwijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt terechtgewezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terechtgewezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terechtwijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen terechtgewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen terechtgewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen terechtgewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terechtgewezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terechtgewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen terechtgewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen terechtgewezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terechtwijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terechtwijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terechtwijzen | bijzin, toekomende tijd |
| zult terechtgewezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van terecht bw en wijzen ww
Woordfamilie van terechtwijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| terechtgewezen | voltooid deelwoord | terechtwijzen |
| terechtwees | subordinate-clause, verleden tijd | terechtwijzen |
| terechtwezen | subordinate-clause, verleden tijd | terechtwijzen |
| terechtwijs | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terechtwijzen |
| terechtwijst | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terechtwijzen |
| terechtwijze | with-subordinate-clause | terechtwijzen |
| terechtwijzend | onvoltooid deelwoord | terechtwijzen |
| terechtwijzende | woordvorm | terechtwijzen |
| wees terecht | verleden tijd | terechtwijzen |
| wezen terecht | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terechtwijzen |
| wijs terecht | gebiedende wijs | terechtwijzen |
| wijst terecht | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terechtwijzen |
| wijze terecht | woordvorm | terechtwijzen |
| wijzen terecht | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terechtwijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terechtwijzen zijn vastgelegd.