Naar de inhoud

gispen

iemand met een gisp, een dunne roede of smalle riem slaan

gispen

werkwoord ˈɣɪspə(n)

Betekenis

  1. iemand met een gisp, een dunne roede of smalle riem slaan
  2. overdrachtelijk iemand scherp bekritiseren, fel uithalen naar iemand
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Hoe spreek je gispen uit?

/ˈxɪspən/

Gispen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxɪspən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
ɪ pit
s sok
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iets of iemand scherp bekritiseren figuratively, transitive
  2. fel uithalen figuratively, unergative

Vervoeging van gispen

gispenhele werkwoord — gispteverleden tijd enkelvoud — gisptenverleden tijd meervoud — gegisptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gisp gispte
jij gispt gispte
hij, zij, het gispt gispte
wij gispen gispten
jullie gispen gispten
zij gispen gispten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gegispt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegispt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegispt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegispt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegispt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegispt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegispt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegispt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegispt verleden tijd, deelwoord
gegispt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegispt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegispt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegispt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegispt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegispt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegispt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegispt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegispt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegispt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gisp gebiedende wijs
gispe aanvoegende wijs
gispend onvoltooid, deelwoord
gispte verleden tijd
had gegispt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegispt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegispt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegispt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegispt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegispt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegispt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegispt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gispen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegispt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gispen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gegispt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegispt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gegispt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gegispt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegispt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gegispt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gegispt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegispt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gegispt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gegispt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gegispt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gegispt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gegispt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gegispt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gegispt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gegispt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gegispt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gegispt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegispt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gegispt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gegispt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegispt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegispt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegispt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegispt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gispen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gispen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gispen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gegispt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gegispt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegispt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegispt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegispt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegispt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegispt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gispen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gispen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gispen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegispt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegispt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegispt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegispt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegispt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegispt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gispen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gispen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gispen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegispt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gegispt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gispen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegispt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegispt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegispt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegispt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegispt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegispt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gispen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gispen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gispen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gispen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegispt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegispt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gegispt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gispen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Verbalisering van ghispe ("gisp"), mogelijk verwant met gesel. In de betekenis van ‘laken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1626

Woordfamilie van gispen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegispt voltooid deelwoord gispen
gegispte woordvorm gispen
gisp gebiedende wijs gispen
gispe aanvoegende wijs gispen
gispend onvoltooid deelwoord gispen
gispende woordvorm gispen
gispt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gispen
gispte verleden tijd gispen
gispten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gispen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gispen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gispen

Hoe spreek je gispen uit?
De uitspraak van gispen is: /ˈɣɪspə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent gispen?
Gispen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand met een gisp, een dunne roede of smalle riem slaan. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je gispen?
Je vervoegt gispen als volgt: de tegenwoordige tijd is gisp, de verleden tijd is gispte en het voltooid deelwoord is gegispt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op gispen?

Gispen rijmt op 2 woorden op -ispen; berispen en lispen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op gispen, uitspraak ˈxɪspən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
berispen 3
lispen 2

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gispen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gispen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gispen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

gispen in het kort

gispen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van gispen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gispen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gispen: iemand met een gisp, een dunne roede of smalle riem slaan
Deel gispen — standaardnederlands.nl