Naar de inhoud

afkeuren

niet geschikt verklaren

afkeuren

werkwoord ˈɑfkørə(n)

Betekenis

  1. niet geschikt verklaren
  2. iets niet goed vinden

Hoe spreek je afkeuren uit?

/ˈɑfkørən/

Afkeuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfkørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
k kat
ø deur
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afkeuren

afkeurenhele werkwoord — keurde afverleden tijd enkelvoud — keurden afverleden tijd meervoud — afgekeurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik keur af keurde af
jij keurt af keurde af
hij, zij, het keurt af keurde af
wij keuren af keurden af
jullie keuren af keurden af
zij keuren af keurden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te keuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen keuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal keuren bijzin, toekomende tijd
af zou keuren bijzin, voorwaardelijk
af zouden keuren bijzin, voorwaardelijk
af zoudt keuren bijzin, voorwaardelijk
af zullen keuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen keuren bijzin, toekomende tijd
af zult keuren bijzin, toekomende tijd
afgekeurd verleden tijd, deelwoord
afgekeurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgekeurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgekeurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekeurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekeurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekeurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgekeurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgekeurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgekeurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgekeurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afkeur bijzin, tegenwoordige tijd
afkeurde bijzin, verleden tijd
afkeurden bijzin, verleden tijd
afkeurend onvoltooid, deelwoord
afkeurt bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgekeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgekeurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgekeurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgekeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgekeurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgekeurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgekeurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgekeurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgekeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgekeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgekeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgekeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgekeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keur af gebiedende wijs
keurde af verleden tijd
te hebben afgekeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afkeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgekeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgekeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgekeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgekeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afkeuren bijzin, toekomende tijd
zijn afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afkeuren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afkeuren af zou(dt) keuren bijzin, voorwaardelijk
zouden afgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afkeuren bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afkeuren bijzin, voorwaardelijk
zullen afgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afkeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afkeuren bijzin, toekomende tijd
zult afgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en keuren ww

Woordfamilie van afkeuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgekeurd voltooid deelwoord afkeuren
afkeurde subordinate-clause, verleden tijd afkeuren
afkeurden subordinate-clause, verleden tijd afkeuren
afkeure with-subordinate-clause afkeuren
afkeurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkeuren
keur af gebiedende wijs afkeuren
keurde af verleden tijd afkeuren
keurden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afkeuren
keure af woordvorm afkeuren
keuren af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afkeuren
keurt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afkeuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkeuren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over afkeuren

Hoe spreek ik afkeuren uit?
Zo spreek je afkeuren uit: /ˈɑfkørə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van afkeuren?
Afkeuren is een werkwoord. De betekenis is: niet geschikt verklaren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afkeuren?
Zo vervoeg je afkeuren zo: het voltooid deelwoord is afgekeurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afkeuren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. E 1
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afkeuren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. E 1
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afkeuren in het kort

afkeuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afkeuren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afkeuren bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afkeuren: niet geschikt verklaren
Deel afkeuren — standaardnederlands.nl