vrijhandelsakkoord
zelfstandig naamwoord ˈvrɛihɑndəlsɑˌkortBetekenis
- een verdrag waarbij twee (groepen) landen vastleggen aan welke eisen handel tussen hen moet voldoen
Hoe spreek je vrijhandelsakkoord uit?
/ˈvrɛihɑndəlsɑˌkort/
Vrijhandelsakkoord bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| s | sok |
| k | kat |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijhandelsakkoorden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrijhandel zn en akkoord zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van vrijhandelsakkoord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijhandelsakkoorden | meervoud | vrijhandelsakkoord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijhandelsakkoord zijn vastgelegd.