poort
zelfstandig naamwoord /poːrt/Betekenis
- Met deuren afsluitbare doorgang door een muur
- logische poort: een elektrische schakeling die werkt volgens de Booleaanse Logica
- een uit- or toegang voor informatie in een computer
Hoe spreek je poort uit?
/port/
Poort bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| r | rood |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een figuurlijke toegang of doorgang figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| poorten | meervoud |
| poortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| poortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘doorgang in muur’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van poort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| poorten | meervoud | poort |
| poortje | verkleinwoord | poort |
| poortjes | verkleinwoord meervoud | poort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poort zijn vastgelegd.