accumulator
zelfstandig naamwoord ɑkymyˈlatɔrBetekenis
- toestel dat de opeenhoping van elektrische lading mogelijk maakt, accu
- register in een rekenmachine waarin de hoofdbewerkingen plaatsvinden (zoals optellen)
Hoe spreek je accumulator uit?
/ɑkymyˈlatɔr/
Accumulator bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| y | fuut |
| m | maan |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| accumulatoren | meervoud |
| accumulators | meervoud |
| accumulatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| accumulatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘energiereservoir’ voor het eerst aangetroffen in 1875
Woordfamilie van accumulator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| accumulatoren | meervoud | accumulator |
| accumulators | meervoud | accumulator |
| accumulatortje | verkleinwoord | accumulator |
| accumulatortjes | verkleinwoord meervoud | accumulator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accumulator zijn vastgelegd.