Naar de inhoud

accumuleren

opstapelen, verzamelen, opeenhopen, ophopen.

accumuleren

werkwoord

Betekenis

  1. opstapelen, verzamelen, opeenhopen, ophopen.
  2. zich ophopen

Vervoeging van accumuleren

accumulerenhele werkwoord — accumuleerdeverleden tijd enkelvoud — accumuleerdenverleden tijd meervoud — geaccumuleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik accumuleer accumuleerde
jij accumuleert accumuleerde
hij, zij, het accumuleert accumuleerde
wij accumuleren accumuleerden
jullie accumuleren accumuleerden
zij accumuleren accumuleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
accumuleer gebiedende wijs
accumuleerde verleden tijd
accumulere aanvoegende wijs
accumulerend onvoltooid, deelwoord
ben geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geaccumuleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geaccumuleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geaccumuleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geaccumuleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geaccumuleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geaccumuleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geaccumuleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geaccumuleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geaccumuleerd verleden tijd, deelwoord
geaccumuleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geaccumuleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geaccumuleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaccumuleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaccumuleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaccumuleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geaccumuleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geaccumuleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geaccumuleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geaccumuleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaccumuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te accumuleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geaccumuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen accumuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geaccumuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geaccumuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geaccumuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaccumuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geaccumuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geaccumuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaccumuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geaccumuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geaccumuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaccumuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaccumuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaccumuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaccumuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaccumuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geaccumuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaccumuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaccumuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geaccumuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaccumuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaccumuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geaccumuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geaccumuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen accumuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geaccumuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaccumuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaccumuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geaccumuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaccumuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaccumuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult accumuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geaccumuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geaccumuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geaccumuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opeenhopen’ voor het eerst aangetroffen in 1524

Woordfamilie van accumuleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
accumuleer gebiedende wijs accumuleren
accumuleerde verleden tijd accumuleren
accumuleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon accumuleren
accumuleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon accumuleren
accumulere aanvoegende wijs accumuleren
accumulerend onvoltooid deelwoord accumuleren
accumulerende woordvorm accumuleren
geaccumuleerd voltooid deelwoord accumuleren
geaccumuleerde woordvorm accumuleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accumuleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over accumuleren

Wat betekent accumuleren?
Accumuleren is een werkwoord. Het woord betekent: opstapelen, verzamelen, opeenhopen, ophopen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je accumuleren?
Je vervoegt accumuleren als volgt: de tegenwoordige tijd is accumuleer, de verleden tijd is accumuleerde en het voltooid deelwoord is geaccumuleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord accumuleren is 30 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. C 5
  3. C 5
  4. U 4
  5. M 3
  6. U 4
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 30 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

accumuleren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. C 5
  3. C 5
  4. U 2
  5. M 3
  6. U 2
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

accumuleren in het kort

accumuleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van accumuleren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort accumuleren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

accumuleren: opstapelen, verzamelen, opeenhopen, ophopen.
Deel accumuleren — standaardnederlands.nl