ventilator
zelfstandig naamwoord ˌvɛntiˈlatɔrBetekenis
- apparaat dat een ruimte frisser doet aanvoelen door het verwekken van een luchtstroom (meestal d.m.v. een draaiende schroef)
Hoe spreek je ventilator uit?
/ˌvɛntiˈlatɔr/
Ventilator bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| i | riet |
| l | land |
| a | maan |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ventilatoren | meervoud |
| ventilators | meervoud |
| ventilatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ventilatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Engels ventilator, op te vatten als Naamwoord van handeling van ventileren met het achtervoegsel -ator; in de betekenis van ‘toestel voor het ventileren’ aangetroffen vanaf 1754
Woordfamilie van ventilator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ventilatoren | meervoud | ventilator |
| ventilators | meervoud | ventilator |
| ventilatortje | verkleinwoord | ventilator |
| ventilatortjes | verkleinwoord meervoud | ventilator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ventilator zijn vastgelegd.