accommodatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorzieningen ten behoeve van het (aangenaam) verblijf van personen
- aanpassing (aan de omstandigheden)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| accommodaties | meervoud |
| accommodatietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| accommodatietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanpassing’ voor het eerst aangetroffen in 1624
Woordfamilie van accommodatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| accommodaties | meervoud | accommodatie |
| accommodatietje | verkleinwoord | accommodatie |
| accommodatietjes | verkleinwoord meervoud | accommodatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accommodatie zijn vastgelegd.