Naar de inhoud

aandammen

aarde bij de waterkant aanbrengen en zodoende nieuwe grond aan de bestaande toevoegen

aandammen

werkwoord ˈandɑmə(n)

Betekenis

  1. aarde bij de waterkant aanbrengen en zodoende nieuwe grond aan de bestaande toevoegen
  2. weke of drassige grond door het opbrengen van aarde boven het water opwerken en zodoende in vaste bodem veranderen
  3. met een dam van het water scheiden

Hoe spreek je aandammen uit?

/ˈandɑmən/

Aandammen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈandɑmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
d dak
ɑ bad
m maan
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aandammen

aandammenhele werkwoord — damde aanverleden tijd enkelvoud — damden aanverleden tijd meervoud — aangedamdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dam aan damde aan
jij damt aan damde aan
hij, zij, het damt aan damde aan
wij dammen aan damden aan
jullie dammen aan damden aan
zij dammen aan damden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te dammen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen dammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal dammen bijzin, toekomende tijd
aan zou dammen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden dammen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt dammen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen dammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen dammen bijzin, toekomende tijd
aan zult dammen bijzin, toekomende tijd
aandam bijzin, tegenwoordige tijd
aandamde bijzin, verleden tijd
aandamden bijzin, verleden tijd
aandammend onvoltooid, deelwoord
aandamt bijzin, tegenwoordige tijd
aangedamd verleden tijd, deelwoord
aangedamd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangedamd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangedamd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedamd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedamd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedamd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangedamd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangedamd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangedamd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangedamd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ben aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dam aan gebiedende wijs
damde aan verleden tijd
er is aangedamd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangedamd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangedamd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangedamd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangedamd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangedamd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangedamd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangedamd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangedamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangedamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangedamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangedamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangedamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangedamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aandammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangedamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangedamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangedamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangedamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangedamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangedamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangedamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aandammen bijzin, toekomende tijd
zal aangedamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangedamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangedamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangedamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aandammen bijzin, voorwaardelijk
zou aangedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aandammen aan zou(dt) dammen bijzin, voorwaardelijk
zouden aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aandammen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aandammen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangedamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangedamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aandammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aandammen bijzin, toekomende tijd
zullen aangedamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangedamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangedamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangedamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangedamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangedamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangedamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aandammen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en dammen ww

Woordfamilie van aandammen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aandam subordinate-clause, tegenwoordige tijd aandammen
aandamde subordinate-clause, verleden tijd aandammen
aandamden subordinate-clause, verleden tijd aandammen
aandamme with-subordinate-clause aandammen
aandammend onvoltooid deelwoord aandammen
aandammende woordvorm aandammen
aandamt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aandammen
aangedamd voltooid deelwoord aandammen
aangedamde woordvorm aandammen
dam aan gebiedende wijs aandammen
damde aan verleden tijd aandammen
damden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aandammen
damme aan woordvorm aandammen
dammen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aandammen
damt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aandammen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandammen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over aandammen

Hoe spreek je aandammen uit?
De uitspraak van aandammen is: /ˈandɑmə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aandammen?
Aandammen is een werkwoord. Het woord betekent: aarde bij de waterkant aanbrengen en zodoende nieuwe grond aan de bestaande toevoegen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aandammen?
Je vervoegt aandammen als volgt: het voltooid deelwoord is aangedamd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aandammen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. A 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aandammen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. A 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aandammen in het kort

aandammen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aandammen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aandammen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aandammen: aarde bij de waterkant aanbrengen en zodoende nieuwe grond aan de bestaande toevoegen
Deel aandammen — standaardnederlands.nl