Naar de inhoud

aanwinnen

gebiedswinst boeken door verlanding

aanwinnen

werkwoord ˈaɱwɪnə(n)

Betekenis

  1. gebiedswinst boeken door verlanding
  2. iets nieuws verwerven
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Hoe spreek je aanwinnen uit?

/ˈamwɪnən/

Aanwinnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈamwɪnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
w quiz
ɪ pit
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanwinnen

aanwinnenhele werkwoord — won aanverleden tijd enkelvoud — wonnen aanverleden tijd meervoud — aangewonnenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik win aan won aan
jij wint aan won aan
hij, zij, het wint aan won aan
wij winnen aan wonnen aan
jullie winnen aan wonnen aan
zij winnen aan wonnen aan
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te winnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen winnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal winnen bijzin, toekomende tijd
aan zou winnen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden winnen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt winnen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen winnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen winnen bijzin, toekomende tijd
aan zult winnen bijzin, toekomende tijd
aangewonnen verleden tijd, deelwoord
aangewonnen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangewonnen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangewonnen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewonnen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewonnen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewonnen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangewonnen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangewonnen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangewonnen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangewonnen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanwin bijzin, tegenwoordige tijd
aanwinnend onvoltooid, deelwoord
aanwint bijzin, tegenwoordige tijd
aanwon bijzin, verleden tijd
aanwonnen bijzin, verleden tijd
aanwont bijzin, verleden tijd
ben aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangewonnen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangewonnen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangewonnen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangewonnen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangewonnen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangewonnen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangewonnen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangewonnen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangewonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangewonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangewonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangewonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangewonnen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangewonnen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanwinnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangewonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangewonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangewonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangewonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
win aan gebiedende wijs
won aan verleden tijd
word aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanwinnen bijzin, toekomende tijd
zijn aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanwinnen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanwinnen aan zou(dt) winnen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanwinnen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanwinnen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanwinnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanwinnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanwinnen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan vz en winnen ww

Woordfamilie van aanwinnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangewonnen voltooid deelwoord aanwinnen
aanwin subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanwinnen
aanwinne with-subordinate-clause aanwinnen
aanwinnend onvoltooid deelwoord aanwinnen
aanwinnende woordvorm aanwinnen
aanwint subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanwinnen
aanwon subordinate-clause, verleden tijd aanwinnen
aanwonnen subordinate-clause, verleden tijd aanwinnen
aanwont subordinate-clause, verleden tijd aanwinnen
win aan gebiedende wijs aanwinnen
winne aan woordvorm aanwinnen
winnen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanwinnen
wint aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanwinnen
won aan verleden tijd aanwinnen
wonnen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanwinnen
wont aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aanwinnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanwinnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanwinnen

Hoe spreek ik aanwinnen uit?
Zo spreek je aanwinnen uit: /ˈaɱwɪnə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanwinnen?
Aanwinnen is een werkwoord. De betekenis is: gebiedswinst boeken door verlanding. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanwinnen?
Zo vervoeg je aanwinnen zo: het voltooid deelwoord is aangewonnen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanwinnen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. W 5
  5. I 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanwinnen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. W 5
  5. I 2
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanwinnen in het kort

aanwinnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanwinnen staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanwinnen bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanwinnen: gebiedswinst boeken door verlanding
Deel aanwinnen — standaardnederlands.nl