aandeel
zelfstandig naamwoord ˈandelBetekenis
- waardepapier dat de mede-eigendom in het vermogen van een onderneming bewijst
- persoonlijk aandeel in gemeenschappelijke handelingen of in gemeenschappelijk bezit
- gedeelte van iets
Hoe spreek je aandeel uit?
/ˈandel/
Aandeel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- bijdrage [1]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aandeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aandeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| aandelen | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands aendeel zn / anedeel zn dat vermoedelijk is afgeleid van aendelen ww / anedelen ww **[1] in de betekenis "waardepapier" aangetroffen vanaf 1790
Woordfamilie van aandeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aandeeltje | verkleinwoord | aandeel |
| aandeeltjes | verkleinwoord meervoud | aandeel |
| aandelen | meervoud | aandeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandeel zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- aandeelbewijs
- aandeelhouder
- aandeelhouderschap
- aandeelhouderscommissie
- aandeelhouderskapitalisme
- aandeelhoudersovereenkomst
- aandeelhoudersstructuur
- aandeelhoudersvergadering
- aandeelhouderswaarde
- aandeelhoudster
- aandeelkoers
- aandelenbelang
- aandelenbelegger
- aandelenbelegging
- aandelenbeurs
- aandelenbezit
- aandelenbezitter
- aandelenemissie
- aandelenfonds
- aandelenhandel
- aandelenindex
- aandeleninkoop
- aandeleninkoopprogramma
- aandelenkapitaal