aandak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deel van een (voor)gevel dat boven de dakschilden uitsteekt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aandaken | meervoud |
| aandakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aandakjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van aan bw en dak zn
Woordfamilie van aandak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aandaken | meervoud | aandak |
| aandakje | verkleinwoord | aandak |
| aandakjes | verkleinwoord meervoud | aandak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandak zijn vastgelegd.