Letterlijk en figuurlijk taalgebruik: het verschil
Letterlijk taalgebruik betekent dat je woorden gebruikt in hun gewone, directe betekenis. Bij figuurlijk taalgebruik krijgen woorden een overdrachtelijke betekenis, zoals in het regent pijpenstelen. Beide vormen komen dagelijks voor. Op deze pagina lees je het verschil, zie je voorbeelden en leer je hoe je beide herkent en goed gebruikt.
Door Maarten Soetens
Letterlijk en figuurlijk uitgelegd
Bij letterlijk taalgebruik betekent een woord precies wat het zegt. Ik heb het koud betekent dat je lichaam koud is. De deur is dicht betekent dat de deur gesloten is. De betekenis is de eerste of eigenlijke betekenis uit het woordenboek.
Bij figuurlijk taalgebruik gebruik je een woord of uitdrukking in een overdrachtelijke betekenis. Je zegt iets anders dan je bedoelt, maar de luisteraar begrijpt de bedoeling doordat er een vergelijking of verband achter zit. Het laat me koud betekent niet dat je lichaam koud wordt, maar dat iets je niet raakt.
Figuurlijk taalgebruik komt in allerlei vormen voor:
- een metafoor: een beeld zonder het woord „als”, zoals de tijd vliegt;
- een vergelijking: een beeld met „als”, zoals zo sterk als een beer;
- een idioom: een vaste uitdrukking waarvan de betekenis niet uit de losse woorden volgt, zoals de kat uit de boom kijken;
- een hyperbool: een bewuste overdrijving, zoals ik heb het al honderd keer gezegd.
Veel figuurlijke uitdrukkingen horen zo vanzelfsprekend bij de taal dat we ze niet meer als beeld zien. Vooral voor mensen die Nederlands leren, is dat een struikelblok, omdat de losse woorden geen aanwijzing geven over de bedoelde betekenis.
Dezelfde zin kan in de ene situatie letterlijk en in de andere figuurlijk bedoeld zijn: hij zit in de put gaat over een man in een kuil of over iemand die zich somber voelt.
Voorbeelden van letterlijk en figuurlijk
Veel woorden kunnen zowel letterlijk als figuurlijk worden gebruikt. De voorbeelden hieronder laten per paar het verschil zien.
- De boom valt om (letterlijk) en de regering valt (figuurlijk): in de tweede zin treedt de regering af, er valt niets naar beneden.
- Ik heb het koud (letterlijk) en dat laat me koud (figuurlijk): in de tweede zin gaat het om onverschilligheid, niet om temperatuur.
- Hij loopt tegen een muur aan (letterlijk, hij botst) en zij liep tegen een muur aan bij het project (figuurlijk): in de tweede zin loopt ze vast.
- Het regent hard (letterlijk) en het regent pijpenstelen (figuurlijk): de uitdrukking is een beeld voor zware regen.
- Het glas is leeg (letterlijk) en mijn hoofd is leeg (figuurlijk): in de tweede zin kan ik even nergens aan denken.
- Hij sloeg de spijker op zijn kop: letterlijk raakt hij een spijker, figuurlijk zegt hij precies wat er klopt.
- Zij heeft een hart van goud (figuurlijk): het gaat om haar karakter, niet om een metalen hart.
- Iemand de hand reiken: letterlijk is dat je hand uitsteken, figuurlijk is het iemand helpen.
- Hij heeft zijn hoofd verloren: letterlijk een ernstig ongeluk, figuurlijk dat hij in paniek raakte.
Zonder context kan een zin beide kanten op. De omgeving van de zin bepaalt dan welke lezing bedoeld is. Het laatste voorbeeld laat zien hoe sterk dat verschil kan zijn.
Zo herken en gebruik je figuurlijk taalgebruik
Je herkent figuurlijk taalgebruik meestal doordat de letterlijke lezing niet past. Zou ze liet de kat uit de zak letterlijk over een dier gaan, dan zou de zin in de meeste situaties vreemd zijn. Die mismatch is het signaal dat je naar een overdrachtelijke betekenis moet zoeken.
Handige vragen zijn:
- Klopt de letterlijke betekenis binnen deze situatie?
- Past de zin in een bekende vaste uitdrukking?
- Staat er een bijzonder beeld in, zoals een dier, een lichaamsdeel of een natuurverschijnsel?
Als schrijver gebruik je figuurlijke taal bewust. Een beeld maakt een tekst levendig en makkelijk te onthouden. Te veel beelden achter elkaar maken een tekst juist onduidelijk. Mis je als lezer de bedoeling, zoek de uitdrukking dan op in een woordenboek.
Figuurlijke taal hoort bij elke tekstsoort, maar de dosering verschilt. In een gedicht of een column mag het beeldrijk. In een handleiding of een medische tekst past meestal letterlijke taal, omdat de lezer precies moet weten wat hij moet doen. Controleer ook dat een beeld in de context past en niet per ongeluk een tweede lezing oproept.
Let ook op het woord letterlijk zelf. In spreektaal wordt het vaak als versterker gebruikt, zoals in ik ben letterlijk dood. Dat is in feite figuurlijk bedoeld, en dat kan voor verwarring zorgen. In een duidelijke tekst gebruik je letterlijk alleen voor wat echt letterlijk bedoeld is.
Veelgestelde vragen
Is een spreekwoord letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Een spreekwoord is bijna altijd figuurlijk bedoeld. Neem Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert of Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. De zin beschrijft een situatie met dieren of voorwerpen, maar de bedoeling is een algemene levensles. De letterlijke betekenis is dus alleen het beeld. Je moet het spreekwoord zien als een vergelijking met een situatie uit het gewone leven.
Wat is het verschil tussen een metafoor en een idioom?
Een metafoor is een beeld waarin je iets noemt als iets anders, zoals de tijd vliegt. Een metafoor kan helemaal nieuw zijn, bijvoorbeeld in een gedicht. Een idioom is een vaste uitdrukking waarvan de betekenis niet uit de losse woorden volgt, zoals de kat uit de boom kijken. Veel idiomen zijn ontstaan uit een metafoor die in de loop der tijd vast is komen te staan. Een idioom kun je dus niet zomaar aanpassen zonder de betekenis te verliezen.
Waarom is figuurlijk taalgebruik moeilijk voor taalleerders?
Bij figuurlijke uitdrukkingen geven de losse woorden geen aanwijzing over de betekenis. Een leerder die het regent pijpenstelen woord voor woord vertaalt, begrijpt de zin niet. Bovendien verschilt het per taal welk beeld wordt gebruikt voor dezelfde gedachte. Je moet zulke uitdrukkingen dus uit het hoofd leren, net als nieuwe woorden. Het helpt om ze in context te leren en bij elke uitdrukking de bedoelde betekenis te noteren.