Naar de inhoud

Vergelijking in taal: uitleg, voorbeelden en als of dan

Een vergelijking in taal zet twee dingen naast elkaar met een woord als als of net als, bijvoorbeeld zo snel als de wind. Op deze pagina lees je hoe een vergelijking werkt, wat het verschil is met een metafoor en wanneer je als en wanneer je dan schrijft. Zo gebruik je vergelijkingen correct en met effect.

Door

Wat is een vergelijking in taal?

Een vergelijking is een stijlfiguur waarbij je twee dingen met elkaar vergelijkt om iets duidelijker te maken. Je noemt beide dingen en verbindt ze met een vergelijkingswoord, meestal als. In Hij is zo sterk als een beer wordt de kracht van de man vergeleken met die van een beer.

Een vergelijking bestaat uit drie delen:

  • het onderwerp dat je beschrijft, zoals hij;
  • de eigenschap waar het om gaat, zoals sterk;
  • het beeld waarmee je vergelijkt, zoals een beer.

Veel vergelijkingen hebben een vast patroon. Je herkent ze aan woorden als als, net als, zoals, alsof en lijken op. Veel vaste vergelijkingen met zo ... als zijn zelfs spreekwoordelijk geworden, zoals zo stil als een muis en zo koud als ijs.

Een vergelijking verschilt van een metafoor. Bij een vergelijking staat er een vergelijkingswoord, bij een metafoor niet. Hij is zo sterk als een beer is een vergelijking, Hij is een beer is een metafoor. De vergelijking is daardoor duidelijker, omdat de lezer ziet dat het om een gelijkenis gaat.

Vergelijkingen worden vaak gebruikt om iets levendig te maken. Ze helpen de lezer zich iets voor te stellen door een bekend beeld erbij te halen. Daardoor onthoudt de lezer de boodschap vaak beter, en een abstracte eigenschap als kracht of rust wordt direct concreet.

Voorbeelden van vergelijkingen

Hieronder staan bekende vergelijkingen. Bij elk voorbeeld staat welke eigenschap wordt benadrukt en hoe de vergelijking is opgebouwd.

  • zo sterk als een beer: de eigenschap is kracht, het beeld is een beer. Het patroon is zo ... als.
  • zo stil als een muis: iemand maakt bijna geen geluid, net als een muis.
  • zo koud als ijs: de handen zijn erg koud, de vergelijking maakt dat voelbaar.
  • Ze zingt als een nachtegaal: het gaat om mooi zingen, met het woord als als schakel.
  • Hij werkt alsof zijn leven ervan afhangt: met alsof beschrijf je een inzet die erg groot is.
  • Zijn stem klinkt net als die van zijn vader: met net als vergelijk je twee stemmen.
  • Ze is zo gek als een deur: een vaste vergelijking waarmee je zegt dat iemand heel erg gek of onverstandig doet.

Let op dat niet elke zin met als een vergelijking is. In Als het regent, blijf ik thuis is als een voegwoord dat een voorwaarde aangeeft. Pas wanneer twee dingen op een eigenschap worden vergeleken, is er een vergelijking.

Veel van deze voorbeelden zijn zo vaak gebruikt dat ze weinig indruk meer maken. Een eigen vergelijking werkt vaak beter, omdat de lezer er niet al honderd keer eerder een tegenkwam. Bedenk daarom zelf een vergelijking die bij jouw onderwerp past.

Als of dan: de juiste keuze

In vergelijkingen twijfelen veel mensen tussen als en dan. De regel is eenvoudig, maar wordt vaak verkeerd toegepast.

  • Na een vergrotende trap gebruik je dan: Hij is groter dan zijn broer, Zij loopt sneller dan ik.
  • Bij gelijkheid gebruik je als: Hij is even groot als zijn broer, Zij is zo snel als ik.

Dus niet groter als, maar groter dan. En niet even groot dan, maar even groot als. In de spreektaal hoor je groter als nog weleens, maar in een geschreven tekst is dat een fout.

Met een goede vergelijking maak je een tekst beter. Houd daarbij een paar dingen in gedachten:

  • Kies een beeld dat de lezer meteen begrijpt.
  • Vermijd vergelijkingen die al duizend keer zijn gebruikt, tenzij je ze bewust inzet.
  • Gebruik niet te veel vergelijkingen achter elkaar, want dan verlies je de aandacht van de lezer.
  • Zorg dat de eigenschap echt bij het beeld past. Een vergelijking met een slak past bij langzaamheid, niet bij kracht.

Als je een vergelijking bedenkt, begin dan bij de eigenschap die je wilt benadrukken. Zoek daarna een beeld waarbij die eigenschap duidelijk zichtbaar is. Een goede vergelijking hoeft niet lang te zijn. Vaak is een kort, helder beeld sterker dan een lange omschrijving.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een vergelijking en een metafoor?

Een vergelijking noemt de gelijkenis met een woord als als of net als. Een metafoor laat dat woord weg. Hij is zo snel als de wind is een vergelijking, Hij is de wind is een metafoor. Bij een metafoor moet de lezer zelf bedenken wat er bedoeld wordt. Een vergelijking is daardoor meestal gemakkelijker te begrijpen.

Wanneer schrijf je als en wanneer dan in een vergelijking?

Na een vergrotende trap schrijf je dan, zoals in groter dan en sneller dan. Bij gelijkheid schrijf je als, zoals in even groot als en zo snel als. Je zegt dus nooit groter als, ook al hoor je dat soms in spreektaal. De regel is makkelijk te onthouden als je let op het woord vóór het vergelijkingswoord. Staat er een vergrotende trap, kies dan dan.

Is elke zin met als een vergelijking?

Nee. Het woord als kan ook een voegwoord zijn dat een voorwaarde of een tijdstip aangeeft, zoals in Als je komt, bel ik je. In zo'n zin worden geen twee dingen vergeleken. Een vergelijking herken je doordat een eigenschap wordt gekoppeld aan een beeld of ander ding. Vraag jezelf dus af of er iets met iets anders wordt vergeleken. Zo ja, dan is het een vergelijking.