Naar de inhoud

Formeel en informeel taalgebruik: verschil en voorbeelden

Formeel taalgebruik is afstandelijk, verzorgd en volgt vaste afspraken. Informeel taalgebruik is losser, persoonlijker en lijkt meer op spreektaal. Op deze pagina lees je wat het verschil is tussen formeel en informeel taalgebruik, zie je voorbeelden en leer je hoe je de toon kiest die bij je lezer en je doel past.

Door

Wat formeel en informeel taalgebruik is

Het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik zit vooral in de afstand tussen de schrijver en de lezer. Formeel taalgebruik past bij situaties waarin je afstand houdt: een sollicitatiebrief, een officiële mededeling of contact met een overheid. Informeel taalgebruik past bij vrienden, familie en collega's met wie je een persoonlijke band hebt.

Typische kenmerken van formeel taalgebruik zijn:

  • aanspreken met u en een nette aanhef, zoals Geachte mevrouw Jansen;
  • volledige zinnen en geen afkortingen of spreektaal;
  • een zakelijke woordkeuze, zoals verzoeken in plaats van vragen;
  • een beleefde slotformule, zoals Met vriendelijke groet.

Informeel taalgebruik herken je aan:

  • aanspreken met je of jij;
  • kortere zinnen, uitroepen en spreektaalwoorden zoals hoor en gewoon;
  • een losse aanhef zoals Hoi Sanne en een slot als Groetjes.

Het verschil is ook merkbaar in woordkeuze en zinsbouw. Formele teksten gebruiken vaker langere zinnen en woorden als aanschaffen in plaats van kopen. Informele teksten gebruiken kortere woorden en soms een zin zonder werkwoord, zoals Leuk, zeg!.

Tussen beide uitersten zit een glijdende schaal. Een e-mail aan een collega die je kent, mag formeler zijn dan een appje, maar losser dan een brief aan een rechter. Je kiest dus niet tussen twee vakjes, maar bepaalt hoe formeel je wilt klinken.

Voorbeelden van formeel en informeel

De voorbeelden hieronder laten zien hoe dezelfde boodschap formeel en informeel kan klinken.

  • Ik verzoek u vriendelijk het formulier in te vullen tegenover Kun je het formulier even invullen?: het woord u en het werkwoord verzoeken zorgen voor afstand.
  • Wij hebben uw bericht ontvangen tegenover We hebben je bericht gekregen: ontvangen klinkt formeler dan krijgen.
  • Met vriendelijke groet tegenover Groetjes: de slotformule laat meteen de toon van de brief horen.
  • Geachte heer De Vries tegenover Hoi Piet: de aanhef bepaalt de eerste indruk van de tekst.
  • Aanschaffen tegenover kopen: het eerste klinkt zakelijker, het tweede is gewoner en directer.
  • Mocht u vragen hebben, neem dan contact met ons op tegenover Vragen? Bel of mail ons gewoon: de formele variant is een volledige zin met een voorwaarde, de informele een korte opmerking.
  • Zou u mij kunnen laten weten tegenover Laat je me even weten?: de voorwaardelijke vorm en de afstandelijke aanspreekvorm maken de eerste zin formeler.
  • Het spijt mij zeer tegenover Sorry hoor: het eerste is een beleefde, volledige zin, het tweede is spreektaal.
  • Hierbij deel ik u mee dat tegenover Ik laat je even weten dat: de formele variant klinkt plechtig en wat omslachtig.

Formeel is niet hetzelfde als moeilijk. Een formele tekst hoeft niet vol ouderwetse woorden te staan. Heldere, beleefde zinnen zonder spreektaal zijn meestal genoeg.

Welke toon past bij welke situatie?

Je keuze hangt af van drie dingen: wie je lezer is, wat je doel is en in welk medium je schrijft.

  • Lezer: ken je de lezer persoonlijk, dan kan het informeel. Gaat het om een onbekende, een leidinggevende of een instantie, dan is formeel veiliger.
  • Doel: bij een verzoek, een klacht of een sollicitatie past meestal een formele toon. Voor een uitnodiging voor een feestje past een losse toon.
  • Medium: een brief of een officiële e-mail is formeler dan een chatbericht of een bericht op sociale media.

Bij twijfel kies je voor een iets formelere toon. Je kunt altijd losser worden als de lezer dat ook doet. Andersom werkt het minder goed: ben je te los, dan kan de lezer dat als gebrek aan respect ervaren.

Houd je toon daarna consequent. Een brief die begint met Geachte heer maar halverwege overgaat op spreektaal, werkt verwarrend. Hetzelfde geldt voor het wisselen tussen u en je in één tekst.

Let ook op verschillen tussen organisaties. Wat binnen het ene bedrijf gebruikelijk is, kan binnen een ander onbeleefd klinken. Kijk daarom naar eerdere communicatie van de organisatie waaraan je schrijft.

Lees je tekst tot slot na vanuit de plek van de lezer. Klinkt een zin stijf, dan kan hij vaak eenvoudiger. Klinkt hij te los, dan kun je hem iets netter formuleren.

Veelgestelde vragen

Wanneer gebruik je u en wanneer je?

Je gebruikt u vooral tegenover mensen die je niet kent, tegenover ouderen en in formele situaties. Tegenover bekenden, vrienden en kinderen gebruik je je of jij. In sommige organisaties en bedrijven is je inmiddels gebruikelijk, ook tegenover klanten. Er is geen vaste regel, het hangt af van de situatie en van de afspraken binnen een organisatie. Bij twijfel kies je voor u en laat je de ander voorstellen om over te stappen op je.

Is formeel taalgebruik beter dan informeel?

Nee, het ene is niet beter dan het andere. Het gaat erom dat de toon past bij de situatie. Een formele brief aan een vriend klinkt stijf. Een losse mail aan een rechtbank klinkt onbeleefd. Het kiezen van de juiste toon laat zien dat je rekening houdt met je lezer.

Mag je afkortingen en spreektaal gebruiken in een formele tekst?

Liever niet. In een formele tekst schrijf je woorden en zinnen volledig uit. Spreektaalwoorden als gewoon en hoor en verkorte vormen als 't of 'm passen er niet bij. Gangbare afkortingen die iedereen kent, zoals btw, kunnen wel. Twijfel je of een afkorting bekend is, schrijf het woord dan uit.