zuigen
werkwoord /ˈzœy̯.ɣə(n)/Betekenis
- een verlaagde druk aanleggen met de mond of met een apparaat
- doorgaand treiteren, telkens opnieuw beginnen over iets met de bedoeling iemand anders kwaad te maken
Hoe spreek je zuigen uit?
/ˈzœyxən/
Zuigen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| œy | huis |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- de moedermelk uit de tepels in zich opnemen
Vervoeging van zuigen
zuigenhele werkwoord — zoogverleden tijd enkelvoud — zogenverleden tijd meervoud — gezogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zuig | zoog |
| jij | zuigt | zoog |
| hij, zij, het | zuigt | zoog |
| wij | zuigen | zogen |
| jullie | zuigen | zogen |
| zij | zuigen | zogen |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezogen | verleden tijd, deelwoord |
| gezogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zuigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zuigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zoog | verleden tijd |
| zou gezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zuig | gebiedende wijs |
| zuige | aanvoegende wijs |
| zuigend | onvoltooid, deelwoord |
| zullen gezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zuigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zuigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘(met de mond) naar zich toe trekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100.
Woordfamilie van zuigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezogen | voltooid deelwoord | zuigen |
| zuig | gebiedende wijs | zuigen |
| zuige | aanvoegende wijs | zuigen |
| zuigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zuigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuigen zijn vastgelegd.