zuiger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iets of iemand dat of die zuigen|zuigt
- een rondvorm die in een cilinder heen en weer kan bewegen. Door de beweging wordt een vloeistof of gas verplaatst, of een gas van druk veranderd (compressie), met name in een motor of een pomp
- baggermachine die d.m.v. zuigkracht werkt b.v. zandzuiger
- zuignap waarmee sommige dieren en planten zich vasthechten aan iets anders
- tak van een plant die veel sappen naar zich toe trekt
- orgaan van met name insecten, voor het opzuigen van voedsel
- iemand die graag anderen pest
zelfstandig naamwoord — masculine
- iets of iemand dat of die zuigt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zuigers | meervoud |
| zuigertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zuigertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van zuigen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van zuiger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zuigers | meervoud | zuiger |
| zuigertje | verkleinwoord | zuiger |
| zuigertjes | verkleinwoord meervoud | zuiger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuiger zijn vastgelegd.