zuigeling
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een kind dat nog gezoogd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zuigelingen | meervoud |
| zuigelingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zuigelingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘kindje dat nog gezoogd wordt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1526
Woordfamilie van zuigeling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zuigelingen | meervoud | zuigeling |
| zuigelingetje | verkleinwoord | zuigeling |
| zuigelingetjes | verkleinwoord meervoud | zuigeling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuigeling zijn vastgelegd.