overtuigen
werkwoord ˌovərˈtœyɣənBetekenis
- een ander tuig opzetten, met name bij een zeilplank
Hoe spreek je overtuigen uit?
/ˌovərˈtœyxən/
Overtuigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| œy | huis |
| x | acht |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- met argumenten tot andere visies brengen transitive
- een zeilschip tuigen met te veel zeiloppervlak transitive
Vervoeging van overtuigen
overtuigenhele werkwoord — overtuigdvoltooid deelwoord
Vervoeging van overtuigen
overtuigenhele werkwoord — overgetuigdvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overgetuigd | verleden tijd, deelwoord |
| tuigde over | verleden tijd |
| óvertuigen | canonical |
Herkomst
In de betekenis van ‘iets doen geloven door klem van woorden’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Woordfamilie van overtuigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgetuigd | voltooid deelwoord | overtuigen |
| overgetuigde | woordvorm | overtuigen |
| overtuig | woordvorm | overtuigen |
| overtuigden | woordvorm | overtuigen |
| overtuige | with-subordinate-clause | overtuigen |
| overtuigt | woordvorm | overtuigen |
| tuig over | woordvorm | overtuigen |
| tuigde over | verleden tijd | overtuigen |
| tuigden over | woordvorm | overtuigen |
| tuige over | woordvorm | overtuigen |
| tuigen over | woordvorm | overtuigen |
| tuigt over | woordvorm | overtuigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overtuigen zijn vastgelegd.