zorgen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈzɔrɣə(n)Betekenis
- zorg dragen
- veroorzaken
Hoe spreek je zorgen uit?
/ˈzɔrxən/
Zorgen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zorgen
zorgenhele werkwoord — zorgdeverleden tijd enkelvoud — zorgdenverleden tijd meervoud — gezorgdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zorg | zorgde |
| jij | zorgt | zorgde |
| hij, zij, het | zorgt | zorgde |
| wij | zorgen | zorgden |
| jullie | zorgen | zorgden |
| zij | zorgen | zorgden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezorgd | verleden tijd, deelwoord |
| gezorgd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezorgd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezorgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezorgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezorgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezorgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezorgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezorgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zorgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zorgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zorg | gebiedende wijs |
| zorgde | verleden tijd |
| zorge | aanvoegende wijs |
| zorgend | onvoltooid, deelwoord |
| zou gezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zorgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zorg
Herkomst
afgeleid van zorg met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van zorgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezorgd | voltooid deelwoord | zorgen |
| zorgde | verleden tijd | zorgen |
| zorgden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zorgen |
| zorge | aanvoegende wijs | zorgen |
| zorgend | onvoltooid deelwoord | zorgen |
| zorgende | woordvorm | zorgen |
| zorgt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zorgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zorgen zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- bezorgen
- onzorgvuldig
- verzorgen
- zorgaanbieder
- zorgaanbod
- zorgadministratie
- zorgarbeid
- zorgbarend
- zorgbehoefte
- zorgbehoevend
- zorgbeleid
- zorgboerderij
- zorgbreedte
- zorgbudget
- zorgcentrum
- zorgcircuit
- zorgcoördinator
- zorgdifferentiatie
- zorgdragend
- zorgelijk
- zorgeloos
- zorgenkind
- zorgenverstrekker
- zorgfunctie