worgen
werkwoord ˈwɔrɣə(n)Betekenis
- door dichtknijpen van de hals dood trachten te maken
Hoe spreek je worgen uit?
/ˈwɔrxən/
Worgen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van worgen
worgenhele werkwoord — worgdeverleden tijd enkelvoud — worgdenverleden tijd meervoud — geworgdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | worg | worgde |
| jij | worgt | worgde |
| hij, zij, het | worgt | worgde |
| wij | worgen | worgden |
| jullie | worgen | worgden |
| zij | worgen | worgden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geworgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geworgd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geworgd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geworgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geworgd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geworgd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geworgd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geworgd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geworgd | verleden tijd, deelwoord |
| geworgd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geworgd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geworgd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geworgd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geworgd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geworgd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geworgd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geworgd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geworgd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geworgd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geworgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geworgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geworgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geworgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geworgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geworgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geworgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geworgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geworgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te worgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen worgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geworgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geworgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geworgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geworgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geworgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geworgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geworgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geworgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geworgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geworgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geworgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geworgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geworgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geworgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geworgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geworgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geworgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geworgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geworgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geworgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| worg | gebiedende wijs |
| worgde | verleden tijd |
| worge | aanvoegende wijs |
| worgend | onvoltooid, deelwoord |
| zal geworgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geworgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geworgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geworgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geworgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal worgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal worgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal worgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geworgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geworgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geworgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geworgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geworgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geworgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geworgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou worgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou worgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou worgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geworgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geworgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geworgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geworgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geworgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geworgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden worgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden worgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden worgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geworgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geworgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt worgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geworgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geworgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geworgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geworgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geworgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geworgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen worgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen worgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen worgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen worgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geworgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geworgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geworgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult worgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands worgen; in de betekenis van ‘de keel dichtknijpen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1291
Woordfamilie van worgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geworgd | voltooid deelwoord | worgen |
| geworgde | woordvorm | worgen |
| worg | gebiedende wijs | worgen |
| worgde | verleden tijd | worgen |
| worgden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | worgen |
| worge | aanvoegende wijs | worgen |
| worgend | onvoltooid deelwoord | worgen |
| worgende | woordvorm | worgen |
| worgt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | worgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van worgen zijn vastgelegd.