Naar de inhoud

borgen

vastzetten

borgen is meer dan één woord

borgen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'bɔrɣən/

Betekenis

  1. vastzetten
  2. garanderen

Hoe spreek je borgen uit?

/ˈbɔrxən/

Borgen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɔrxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɔ bot
r rood
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. zorgen dat iets met zekerheid gegeven kan worden transitive

Vervoeging van borgen

borgenhele werkwoord — borgdeverleden tijd enkelvoud — borgdenverleden tijd meervoud — geborgdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik borg borgde
jij borgt borgde
hij, zij, het borgt borgde
wij borgen borgden
jullie borgen borgden
zij borgen borgden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
borg gebiedende wijs
borgde verleden tijd
borge aanvoegende wijs
borgend onvoltooid, deelwoord
er is geborgd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geborgd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geborgd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geborgd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geborgd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geborgd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geborgd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geborgd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geborgd verleden tijd, deelwoord
geborgd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geborgd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geborgd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geborgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geborgd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geborgd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geborgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geborgd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geborgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geborgd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te borgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geborgd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen borgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen borgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van bergen

Vervoeging van borgen

borgenhele werkwoord — borgdeverleden tijd enkelvoud — borgdenverleden tijd meervoud — geborgdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik borg borgde
jij borgt borgde
hij, zij, het borgt borgde
wij borgen borgden
jullie borgen borgden
zij borgen borgden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
borg gebiedende wijs
borgde verleden tijd
borge aanvoegende wijs
borgend onvoltooid, deelwoord
er is geborgd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geborgd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geborgd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geborgd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geborgd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geborgd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geborgd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geborgd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geborgd verleden tijd, deelwoord
geborgd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geborgd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geborgd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geborgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geborgd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geborgd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geborgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geborgd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geborgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geborgd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geborgd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te borgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geborgd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen borgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt borgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geborgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen borgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult borgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geborgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord borg

Woordfamilie van borgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
borgde verleden tijd borgen
borgden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon borgen
borge aanvoegende wijs borgen
borgend onvoltooid deelwoord borgen
borgende woordvorm borgen
borgt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon borgen
geborgd voltooid deelwoord borgen
geborgde woordvorm borgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van borgen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over borgen

Hoe spreek je borgen uit?
De uitspraak van borgen is: /'bɔrɣən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent borgen?
Borgen is een werkwoord. Het woord betekent: vastzetten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je borgen?
Je vervoegt borgen als volgt: de tegenwoordige tijd is borg, de verleden tijd is borgde en het voltooid deelwoord is geborgd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op borgen?

Op borgen rijmen 7 woorden, onder andere morgen, goedemorgen en zorgen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op borgen, uitspraak ˈbɔrxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
morgen 2
goedemorgen 4
zorgen 2
bezorgen 3
worgen 2
flitsbezorgen 4
welzijnszorgen 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord borgen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

borgen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

borgen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

borgen in het kort

borgen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van borgen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort borgen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

borgen: vastzetten
Deel borgen — standaardnederlands.nl