bezorgen
werkwoord bəˈzɔrɣə(n)Betekenis
- iemand iets ~: bij iemand aan huis afleveren
- bij iemand veroorzaken
- goederen op een bepaalde plaats brengen, bestellen
- verschaffen
Hoe spreek je bezorgen uit?
/bəˈzɔrxən/
Bezorgen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bezorgen
bezorgenhele werkwoord — bezorgdeverleden tijd enkelvoud — bezorgdenverleden tijd meervoud — bezorgdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezorg | bezorgde |
| jij | bezorgt | bezorgde |
| hij, zij, het | bezorgt | bezorgde |
| wij | bezorgen | bezorgden |
| jullie | bezorgen | bezorgden |
| zij | bezorgen | bezorgden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bezorg | gebiedende wijs |
| bezorgd | verleden tijd, deelwoord |
| bezorgd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezorgd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezorgd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezorgd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezorgd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezorgd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezorgd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezorgd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezorgd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezorgd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezorgde | verleden tijd |
| bezorge | aanvoegende wijs |
| bezorgend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bezorgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bezorgd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bezorgd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bezorgd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bezorgd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bezorgd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bezorgd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bezorgd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bezorgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bezorgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bezorgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bezorgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezorgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bezorgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bezorgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bezorgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezorgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezorgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bezorgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bezorgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bezorgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bezorgd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bezorgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezorgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bezorgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezorgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezorgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezorgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezorgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezorgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezorgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bezorgd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezorgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezorgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezorgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezorgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezorgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bezorgd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezorgd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezorgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezorgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van zorgen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bezorgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezorg | gebiedende wijs | bezorgen |
| bezorgden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bezorgen |
| bezorge | aanvoegende wijs | bezorgen |
| bezorgend | onvoltooid deelwoord | bezorgen |
| bezorgende | woordvorm | bezorgen |
| bezorgt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezorgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezorgen zijn vastgelegd.