wonder
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈwɔndərBetekenis
- een gebeurtenis waaraan een bovennatuurlijke oorsprong toegeschreven wordt en die men niet anderszins logisch kan verklaren
- een natuurlijke gebeurtenis die eigenlijk zo bijzonder is dat het wel een bovennatuurlijke oorsprong lijkt te hebben
- een natuurlijke handeling die een probleem wel heel goed weet op te lossen
- verwondering en verbazing veroorzakend
- verbazen.
- ~ whether/if/about: zich afvragen.
Hoe spreek je wonder uit?
/ˈwɔndər/
Wonder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wonderen | meervoud |
| wondertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wondertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonderen
- gebiedende wijs van wonderen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonderen
Vervoeging van wonder
wonderhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘mirakel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van wonder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wonders | woordvorm | wonder |
| wondertje | verkleinwoord | wonder |
| wondertjes | verkleinwoord meervoud | wonder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wonder zijn vastgelegd.