bijzonder
bijvoeglijk naamwoord biˈzɔndərBetekenis
- een hoogst eigenaardige kwaliteit of eigenschap hebbend
- speciaal
- in hoge mate
- bijzonder onderwijs (Nederland): school die niet door de overheid is opgericht
- bijzonder onderwijs (België): scholen voor kinderen die normaal onderwijs niet kunnen volgen
Hoe spreek je bijzonder uit?
/biˈzɔndər/
Bijzonder bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijzonderder | onverbogen, vergrotende trap |
| bijzonderdere | verbogen, vergrotende trap |
| bijzonderders | partitief, vergrotende trap |
| bijzondere | verbogen, stellende trap |
| bijzonders | partitief, stellende trap |
| bijzonderst | onverbogen, overtreffende trap |
| bijzonderste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘speciaal, opmerkelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1260
Woordfamilie van bijzonder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijzonderder | vergrotende trap | bijzonder |
| bijzonderdere | verbogen vergrotende trap | bijzonder |
| bijzonderders | partitieve vergrotende trap | bijzonder |
| bijzondere | verbogen vorm | bijzonder |
| bijzonders | partitive, positive | bijzonder |
| bijzonderst | uninflected, superlative | bijzonder |
| bijzonderste | inflected, superlative | bijzonder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijzonder zijn vastgelegd.