wonderboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een snelgroeiende boom van tropische oorsprong uit de wolfsmelkachtigen
zelfstandig naamwoord — masculine
- Ricinus communis, een snelgroeiende boom van tropische oorsprong uit de wolfsmelkachtigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wonderbomen | meervoud |
| wonderboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wonderboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wonder en boom
Woordfamilie van wonderboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wonderbomen | meervoud | wonderboom |
| wonderboompje | verkleinwoord | wonderboom |
| wonderboompjes | verkleinwoord meervoud | wonderboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wonderboom zijn vastgelegd.