flippen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈflɪpə(n)Betekenis
- doordraaien, hevig balen en tekeer gaan
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je flippen uit?
/ˈflɪpən/
Flippen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɪ | pit |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- hevig tekeergaan, erg boos worden, uit zijn gewone doen zijn e.d. (evt. onder invloed van drugs); doordraaien [3] informal, intransitive
Vervoeging van flippen
flippenhele werkwoord — flipteverleden tijd enkelvoud — fliptenverleden tijd meervoud — gefliptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | flip | flipte |
| jij | flipt | flipte |
| hij, zij, het | flipt | flipte |
| wij | flippen | flipten |
| jullie | flippen | flipten |
| zij | flippen | flipten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben geflipt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geflipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| flip | gebiedende wijs |
| flippe | aanvoegende wijs |
| flippend | onvoltooid, deelwoord |
| flipte | verleden tijd |
| geflipt | verleden tijd, deelwoord |
| geflipt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geflipt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is geflipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geflipt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te flippen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geflipt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen flippen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geflipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geflipt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geflipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geflipt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geflipt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geflipt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geflipt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal flippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal flippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal flippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geflipt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geflipt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geflipt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geflipt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geflipt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geflipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geflipt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geflipt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou flippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou flippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou flippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geflipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geflipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geflipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden flippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden flippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden flippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geflipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geflipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geflipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt flippen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geflipt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen flippen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen flippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen flippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen flippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geflipt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geflipt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geflipt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult flippen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geflipt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord flip
Herkomst
Van Engels flip. In de betekenis van ‘ongunstig reageren op drugs, uitgekeken zijn op’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1967
Woordfamilie van flippen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flippe | aanvoegende wijs | flippen |
| flippend | onvoltooid deelwoord | flippen |
| flippende | woordvorm | flippen |
| flipt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | flippen |
| flipte | verleden tijd | flippen |
| flipten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | flippen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flippen zijn vastgelegd.