Naar de inhoud

wiegelen

heen en weer bewegen

wiegelen

werkwoord /ˈwiɣələ(n)/

Betekenis

  1. heen en weer bewegen

Hoe spreek je wiegelen uit?

/ˈwixələn/

Wiegelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwixələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
i riet
x acht
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wiegelen

wiegelenhele werkwoord — wiegeldeverleden tijd enkelvoud — wiegeldenverleden tijd meervoud — gewiegeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wiegel wiegelde
jij wiegelt wiegelde
hij, zij, het wiegelt wiegelde
wij wiegelen wiegelden
jullie wiegelen wiegelden
zij wiegelen wiegelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewiegeld verleden tijd, deelwoord
gewiegeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewiegeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewiegeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewiegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewiegeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewiegeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewiegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewiegeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewiegeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewiegeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewiegeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewiegeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewiegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewiegeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewiegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewiegeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewiegeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewiegeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wiegelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wiegelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wiegel gebiedende wijs
wiegelde verleden tijd
wiegele aanvoegende wijs
wiegelend onvoltooid, deelwoord
zal gewiegeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewiegeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewiegeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewiegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewiegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewiegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewiegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewiegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewiegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewiegeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewiegeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewiegeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewiegeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wiegelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewiegeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wiegelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘heen en weer bewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1477

Woordfamilie van wiegelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewiegeld voltooid deelwoord wiegelen
wiegel gebiedende wijs wiegelen
wiegelde verleden tijd wiegelen
wiegelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wiegelen
wiegele aanvoegende wijs wiegelen
wiegelend onvoltooid deelwoord wiegelen
wiegelende woordvorm wiegelen
wiegelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wiegelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wiegelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wiegelen

Hoe spreek je wiegelen uit?
De uitspraak van wiegelen is: /ˈwiɣələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent wiegelen?
Wiegelen is een werkwoord. Het woord betekent: heen en weer bewegen.
Hoe vervoeg je wiegelen?
Je vervoegt wiegelen als volgt: de tegenwoordige tijd is wiegel, de verleden tijd is wiegelde en het voltooid deelwoord is gewiegeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wiegelen?

Wiegelen rijmt op 2 woorden op -elen; giechelen en spiegelen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wiegelen, uitspraak ˈwixələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
giechelen 3
spiegelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wiegelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. I 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wiegelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. I 2
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wiegelen in het kort

wiegelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wiegelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wiegelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wiegelen: heen en weer bewegen
Deel wiegelen — standaardnederlands.nl