werk
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈwɛrᵊkBetekenis
- dat wat gedaan moet worden, klus, arbeid, karwei
- beroep
- de plek waar men werkt, werkplek
- dat wat gemaakt is, kunstwerk, pennenvrucht, boekwerk, oeuvre, opus etc.
- een figuurtje in breiwerk ter versiering
- een aangedreven mechaniek dat steeds dezelfde functies verricht zoals het overbrengen van beweging, het verplaatsen van lasten, het aanwijzen van tellerstanden, het afspelen van muziekautomaten ect.
- de verwarde, grove bij het hekel|hekelen afgescheiden afvaldraden van vlas of hennep, vooral de kortere draden
Hoe spreek je werk uit?
/ˈwɛrək/
Werk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- beroep zn
- dat wat gemaakt is, zoals een kunstwerk, pennenvrucht, boekwerk, oeuvre, of opus
- een aangedreven mechaniek dat steeds dezelfde functies verricht zoals het overbrengen van beweging, het verplaatsen van lasten, het aanwijzen van tellerstanden, het afspelen van muziekautomaten etc.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| werken | meervoud |
| werkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| werkjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- de verwarde, grove bij het hekelen afgescheiden afvaldraden van vlas of hennep, vooral de kortere draden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| werken | meervoud |
| werkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| werkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van werken
- gebiedende wijs van werken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van werken
Vervoeging van werk
werkhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘arbeid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 776.
Woordfamilie van werk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| werkje | verkleinwoord | werk |
| werkjes | verkleinwoord meervoud | werk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van werk zijn vastgelegd.