kinderkerk
zelfstandig naamwoord ˈkɪndərˌkɛrᵊkBetekenis
- een dienst of andere activiteiten voor kinderen gelijktijdig met een kerkdienst
Hoe spreek je kinderkerk uit?
/ˈkɪndərˌkɛrək/
Kinderkerk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kinderkerken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kind en kerk met het invoegsel -er-
Woordfamilie van kinderkerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kinderkerken | meervoud | kinderkerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kinderkerk zijn vastgelegd.