werkbezoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bezoek van een staatshoofd aan een ander land op uitnodiging van de ministers van dat land (en dus niet door het staatshoofd van dat ontvangende land)
- een reis gemaakt voor het werk waarbij vaak het nuttige en het aangename wordt gecombineerd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| werkbezoeken | meervoud |
| werkbezoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| werkbezoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van werk en bezoek
Woordfamilie van werkbezoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| werkbezoeken | meervoud | werkbezoek |
| werkbezoekje | verkleinwoord | werkbezoek |
| werkbezoekjes | verkleinwoord meervoud | werkbezoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van werkbezoek zijn vastgelegd.