remmingswerk
zelfstandig naamwoord ˈrɛmɪŋsˌwɛrᵊkBetekenis
- (het maken van) een remming. Een benaming a. voor het bouwen van een remming, alsmede b. voor het resultaat van het bouwen: de remming
Hoe spreek je remmingswerk uit?
/ˈrɛmɪŋsˌwɛrək/
Remmingswerk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| w | quiz |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- aanleg van een langgerekt beschermend raamwerk van houten palen
- langgerekt beschermend raamwerk van houten palen bij een brug, kade, sluis en dergelijke
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| remmingswerken | meervoud |
| remmingswerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| remmingswerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van remming zn en werk zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van remmingswerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| remmingswerken | meervoud | remmingswerk |
| remmingswerkje | verkleinwoord | remmingswerk |
| remmingswerkjes | verkleinwoord meervoud | remmingswerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van remmingswerk zijn vastgelegd.