bewerkstelligen
werkwoordBetekenis
- zorgen dat iets tot stand komt
Vervoeging van bewerkstelligen
bewerkstelligenhele werkwoord — bewerkstelligdeverleden tijd enkelvoud — bewerkstelligdenverleden tijd meervoud — bewerkstelligdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bewerkstellig | bewerkstelligde |
| jij | bewerkstelligt | bewerkstelligde |
| hij, zij, het | bewerkstelligt | bewerkstelligde |
| wij | bewerkstelligen | bewerkstelligden |
| jullie | bewerkstelligen | bewerkstelligden |
| zij | bewerkstelligen | bewerkstelligden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bewerkstellig | gebiedende wijs |
| bewerkstelligd | verleden tijd, deelwoord |
| bewerkstelligd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bewerkstelligd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bewerkstelligd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewerkstelligd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewerkstelligd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewerkstelligd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bewerkstelligd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bewerkstelligd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewerkstelligd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewerkstelligd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewerkstelligde | verleden tijd |
| bewerkstellige | aanvoegende wijs |
| bewerkstelligend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bewerkstelligd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bewerkstelligd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bewerkstelligd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bewerkstelligd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bewerkstelligd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bewerkstelligd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bewerkstelligd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bewerkstelligd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewerkstelligd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bewerkstelligen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bewerkstelligd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bewerkstelligen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bewerkstelligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bewerkstelligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bewerkstelligd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewerkstelligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bewerkstelligd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bewerkstelligd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewerkstelligd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bewerkstelligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bewerkstelligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewerkstelligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewerkstelligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewerkstelligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewerkstelligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewerkstelligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bewerkstelligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewerkstelligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewerkstelligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewerkstelligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewerkstelligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewerkstelligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bewerkstelligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewerkstelligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bewerkstelligd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewerkstelligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewerkstelligd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewerkstelligd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewerkstelligd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewerkstelligd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewerkstelligen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bewerkstelligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewerkstelligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewerkstelligd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewerkstelligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘uitvoeren’ voor het eerst aangetroffen in 1769
Woordfamilie van bewerkstelligen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bewerkstellig | gebiedende wijs | bewerkstelligen |
| bewerkstelligd | voltooid deelwoord | bewerkstelligen |
| bewerkstelligde | verleden tijd | bewerkstelligen |
| bewerkstelligden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bewerkstelligen |
| bewerkstellige | aanvoegende wijs | bewerkstelligen |
| bewerkstelligend | onvoltooid deelwoord | bewerkstelligen |
| bewerkstelligende | woordvorm | bewerkstelligen |
| bewerkstelligt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bewerkstelligen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewerkstelligen zijn vastgelegd.