werkafspraak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bijeenkomst van twee of meer personen om te praten over het werk
- de afspraak van hoe het werk gedaan moet worden met een lokale invulling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| werkafspraakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| werkafspraakjes | verkleinwoord, meervoud |
| werkafspraken | meervoud |
Herkomst
Samenstelling van werk en afspraak
Woordfamilie van werkafspraak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| werkafspraakje | verkleinwoord | werkafspraak |
| werkafspraakjes | verkleinwoord meervoud | werkafspraak |
| werkafspraken | meervoud | werkafspraak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van werkafspraak zijn vastgelegd.