Naar de inhoud

wegzetten

ter zijde zetten

wegzetten

werkwoord /ˈʋɛx.zɛ.tə(n)/

Betekenis

  1. ter zijde zetten
  2. op zijn plaats zetten, wegbergen om te bewaren
  3. iemand onterecht kwalificeren als ongeschikt of onbekwaam om hem of haar buiten spel te zetten

Hoe spreek je wegzetten uit?

/ˈwɛxzɛtən/

Wegzetten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛxzɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
x acht
z zon
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. : ter zijde zetten transitive
  2. : op zijn plaats zetten, wegbergen om te bewaren transitive
  3. : iemand onterecht kwalificeren als ongeschikt of onbekwaam om hem of haar buiten spel te zetten transitive

Vervoeging van wegzetten

wegzettenhele werkwoord — zette wegverleden tijd enkelvoud — zetten wegverleden tijd meervoud — weggezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet weg zette weg
jij zet weg zette weg
hij, zij, het zet weg zette weg
wij zetten weg zetten weg
jullie zetten weg zetten weg
zij zetten weg zetten weg
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weggezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal zetten bijzin, toekomende tijd
weg zou zetten bijzin, voorwaardelijk
weg zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
weg zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen zetten bijzin, toekomende tijd
weg zult zetten bijzin, toekomende tijd
weggezet verleden tijd, deelwoord
weggezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegzet bijzin, tegenwoordige tijd
wegzette bijzin, verleden tijd
wegzettend onvoltooid, deelwoord
werd weggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegzetten bijzin, toekomende tijd
zet weg gebiedende wijs
zette weg verleden tijd
zijn weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegzetten weg zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden weggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen weggezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegzetten bijzin, toekomende tijd
zult weggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weggezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg en zetten

Woordfamilie van wegzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
weggezet voltooid deelwoord wegzetten
weggezette woordvorm wegzetten
wegzet subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegzetten
wegzette subordinate-clause, verleden tijd wegzetten
wegzettend onvoltooid deelwoord wegzetten
wegzettende woordvorm wegzetten
zet weg gebiedende wijs wegzetten
zette weg verleden tijd wegzetten
zetten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegzetten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over wegzetten

Hoe spreek ik wegzetten uit?
Zo spreek je wegzetten uit: /ˈʋɛx.zɛ.tə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wegzetten?
Wegzetten is een werkwoord. De betekenis is: ter zijde zetten. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegzetten?
Zo vervoeg je wegzetten zo: het voltooid deelwoord is weggezet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegzetten is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. Z 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegzetten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. Z 5
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegzetten in het kort

wegzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegzetten staan er 84 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegzetten bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegzetten: ter zijde zetten
Deel wegzetten — standaardnederlands.nl