wegzinken
werkwoordBetekenis
- zinkend verdwijnen
Vervoeging van wegzinken
wegzinkenhele werkwoord — zonk wegverleden tijd enkelvoud — zonken wegverleden tijd meervoud — weggezonkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zink weg | zonk weg |
| jij | zinkt weg | zonk weg |
| hij, zij, het | zinkt weg | zonk weg |
| wij | zinken weg | zonken weg |
| jullie | zinken weg | zonken weg |
| zij | zinken weg | zonken weg |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben weggezonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggezonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is weggezonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggezonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn weggezonken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegzinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggezonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggezonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggezonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggezonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggezonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggezonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggezonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te zinken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen zinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal zinken | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou zinken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden zinken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt zinken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen zinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen zinken | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult zinken | bijzin, toekomende tijd |
| weggezonken | verleden tijd, deelwoord |
| weggezonken te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggezonken zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegzink | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegzinkend | onvoltooid, deelwoord |
| wegzinkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegzonk | bijzin, verleden tijd |
| wegzonken | bijzin, verleden tijd |
| zal weggezonken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggezonken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggezonken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegzinken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggezonken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn weggezonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggezonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggezonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggezonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zink weg | gebiedende wijs |
| zonk weg | verleden tijd |
| zou weggezonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggezonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggezonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegzinken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegzinken weg zou(dt) zinken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggezonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggezonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggezonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegzinken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggezonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegzinken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggezonken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggezonken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggezonken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegzinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegzinken | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggezonken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wegzinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegzinken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegzinken weg zult/zal zinken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg bw en zinken
Woordfamilie van wegzinken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weggezonken | voltooid deelwoord | wegzinken |
| wegzink | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegzinken |
| wegzinke | with-subordinate-clause | wegzinken |
| wegzinkend | onvoltooid deelwoord | wegzinken |
| wegzinkende | woordvorm | wegzinken |
| wegzinkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegzinken |
| wegzonk | subordinate-clause, verleden tijd | wegzinken |
| wegzonken | subordinate-clause, verleden tijd | wegzinken |
| zink weg | gebiedende wijs | wegzinken |
| zinke weg | woordvorm | wegzinken |
| zinken weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegzinken |
| zinkt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegzinken |
| zonk weg | verleden tijd | wegzinken |
| zonken weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegzinken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegzinken zijn vastgelegd.