schiften
werkwoordBetekenis
- een proces waarbij een massa inhomogeen wordt door afscheiding van een deel ervan
- selecteren
Vervoeging van schiften
schiftenhele werkwoord — schiftteverleden tijd enkelvoud — schifttenverleden tijd meervoud — geschiftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schift | schiftte |
| jij | schift | schiftte |
| hij, zij, het | schift | schiftte |
| wij | schiften | schiftten |
| jullie | schiften | schiftten |
| zij | schiften | schiftten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geschift | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geschift | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geschift | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geschift | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geschift worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geschift zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geschift worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geschift zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschift | verleden tijd, deelwoord |
| geschift te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geschift te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geschift te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschift te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschift te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschift worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geschift zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geschift zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geschift zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geschift zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschift | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schift | gebiedende wijs |
| schifte | aanvoegende wijs |
| schiftend | onvoltooid, deelwoord |
| schiftte | verleden tijd |
| te hebben geschift | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te schiften | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schiften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geschift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geschift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geschift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geschift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geschift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geschift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geschift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geschift | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geschift | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geschift | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geschift | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geschift | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geschift | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geschift | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geschift | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geschift | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geschift | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geschift | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geschift | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geschift | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geschift hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschift hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geschift zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschift zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schiften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schiften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schiften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geschift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geschift hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschift hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschift zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschift zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschift zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schiften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schiften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schiften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschift hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschift hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geschift zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschift zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschift zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schiften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schiften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schiften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geschift zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schiften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschift hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschift hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geschift zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschift zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschift zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schiften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schiften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schiften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schiften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geschift worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geschift zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schiften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘sorteren’ voor het eerst aangetroffen in 1296
Woordfamilie van schiften
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schift | gebiedende wijs | schiften |
| schifte | aanvoegende wijs | schiften |
| schiftend | onvoltooid deelwoord | schiften |
| schiftende | woordvorm | schiften |
| schiftte | verleden tijd | schiften |
| schiftten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schiften |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schiften zijn vastgelegd.