weghalen
werkwoord ˈwɛxhalə(n)Betekenis
- van zijn plaats halen
Hoe spreek je weghalen uit?
/ˈwɛxhalən/
Weghalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| h | hoed |
| a | maan |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van weghalen
weghalenhele werkwoord — haalde wegverleden tijd enkelvoud — haalden wegverleden tijd meervoud — weggehaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | haal weg | haalde weg |
| jij | haalt weg | haalde weg |
| hij, zij, het | haalt weg | haalde weg |
| wij | halen weg | haalden weg |
| jullie | halen weg | haalden weg |
| zij | halen weg | haalden weg |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is weggehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggehaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggehaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggehaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggehaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggehaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggehaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| haal weg | gebiedende wijs |
| haalde weg | verleden tijd |
| had weggehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen weghalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te halen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal halen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou halen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden halen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt halen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen halen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult halen | bijzin, toekomende tijd |
| weggehaald | verleden tijd, deelwoord |
| weggehaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggehaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggehaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggehaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggehaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggehaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggehaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggehaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggehaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggehaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weghaal | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weghaalde | bijzin, verleden tijd |
| weghaalden | bijzin, verleden tijd |
| weghaalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weghalend | onvoltooid, deelwoord |
| werd weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal weggehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal weghalen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou weghalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) weghalen weg zou(dt) halen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden weghalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt weghalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weghalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weghalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen weghalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van weg bw en halen
Woordfamilie van weghalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haal weg | gebiedende wijs | weghalen |
| haalde weg | verleden tijd | weghalen |
| haalden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | weghalen |
| haalt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | weghalen |
| hale weg | woordvorm | weghalen |
| halen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | weghalen |
| weggehaald | voltooid deelwoord | weghalen |
| weggehaalde | woordvorm | weghalen |
| weghaal | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | weghalen |
| weghaalde | subordinate-clause, verleden tijd | weghalen |
| weghaalden | subordinate-clause, verleden tijd | weghalen |
| weghaalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | weghalen |
| weghale | with-subordinate-clause | weghalen |
| weghalend | onvoltooid deelwoord | weghalen |
| weghalende | woordvorm | weghalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weghalen zijn vastgelegd.