Naar de inhoud

wedden

geld inzetten op een toekomstige gebeurtenis

wedden is meer dan één woord

wedden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈwɛdə(n)

Betekenis

  1. geld inzetten op een toekomstige gebeurtenis

Hoe spreek je wedden uit?

/ˈwɛdən/

Wedden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛdən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wedden

weddenhele werkwoord — weddeverleden tijd enkelvoud — gewedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wed wedde
jij wedt wedde
hij, zij, het wedt wedde
wij wedden —
jullie wedden —
zij wedden —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gewed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewed verleden tijd, deelwoord
gewed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wedden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wed gebiedende wijs
wedde verleden tijd
wedde aanvoegende wijs
weddend onvoltooid, deelwoord
zal gewed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wedden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wedden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wedden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wedden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wedden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wedden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wedden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wedden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wedden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wedden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wedden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wedden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wedden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wedden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wedden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wed

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van wedden

Vervoeging van wedden

weddenhele werkwoord

Herkomst

In de betekenis van ‘gokken’ voor het eerst aangetroffen in 1237

Woordfamilie van wedden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewed voltooid deelwoord wedden
gewedde woordvorm wedden
weddend onvoltooid deelwoord wedden
weddende woordvorm wedden
wedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wedden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wedden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over wedden

Hoe spreek ik wedden uit?
Zo spreek je wedden uit: /ˈwɛdə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wedden?
Wedden is een werkwoord. De betekenis is: geld inzetten op een toekomstige gebeurtenis.
Hoe vervoeg ik wedden?
Zo vervoeg je wedden zo: de tegenwoordige tijd is wed, de verleden tijd is wedde en het voltooid deelwoord is gewed. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wedden?

Wedden rijmt op 6 woorden op -edden; redden, bedden en armageddon bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wedden, uitspraak ˈwɛdən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
redden 2
bedden 2
armageddon 4
verwedden 3
shredden 2
tweepersoonsbedden 5

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wedden is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. D 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wedden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. D 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wedden telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wedden in het kort

wedden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van wedden staan er 38 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wedden bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wedden: geld inzetten op een toekomstige gebeurtenis
Deel wedden — standaardnederlands.nl